Ludieke eindnoot

Advertenties

Best of both worlds

Als afsluiter van al het gewik en geweeg omtrent nieuwe media en mediaconvergentie de laatste weken, hielden we in de les een debat. We reflecteerden over de impact van nieuwe media op de journalistiek: wat brengen nieuwe media te weeg bij de zender, zijnde de journalist? Bij de boodschap, zijnde het nieuws? Bij het kanaal, zijnde het medium in kwestie? En hoe zit het met de ontvanger, zijnde wijzelf? We nemen een kijkje naar wat het product van de twintigste eeuw hierover te zeggen heeft.

Burgerjournalistiek: meerwaarde of ramptoerisme?

Wanneer we naar de impact van nieuwe media kijken vanuit het perspectief van de zender, is de meerderheid het erover eens dat burgerjournalistiek zeker een toegevoegde waarde kan zijn voor de journalistiek. Het is een kwestie van geven en nemen. Wanneer een filmpje over een nieuwswaardige gebeurtenis bijvoorbeeld viraal gaat, is het de taak van de journalist om dit professioneel te omkaderen. Langs de andere kant kunnen burgerjournalisten professionals een indicatie geven van wat het publiek wil. Wat leeft er bij het volk? Ook worden er deuren geopend naar minder bereikbare plaatsen: neem nu Tibet, waar het enorm moeilijk is voor de plaatselijke of internationale media om aan verslaggeving te doen. In zulke gevallen ligt het lot in de handen van het gewone volk. Burgerjournalistiek weet een stem te geven aan minderheden en een alternatieve visie op de stand van zaken te bieden. Maar zijn beroepsjournalisten wel voorbereid op de omgang met dit soort journalistieke bedrijving? Weten ze wel waar ze zich aan mogen verwachten? Wat burgerjournalistieke berichtjes bij elkaar gooien en klaar is Kees, zo gaat het niet. De stroom aan amateurfilmpjes en –berichtjes dient genuanceerd te worden. De journalist fungeert dan als kritische filter op wat er op ons afkomt vanuit een veelal subjectieve invalshoek. Een plotse trend zou immers kunnen leiden tot een vertekend beeld van de werkelijkheid. Want de grens tussen medeleven en ramptoerisme is vaag. Dat is het negatieve aspect aan burgerjournalistiek: het heeft al snel wat weg van sensatiezucht. Aan de andere kant, is dit ergens ook niet eigen aan journalistiek in het algemeen? Ook de traditionele media zijn maar al te vaak belust op sensatie. Helaas wordt er tot op de dag van vandaag nog steeds te weinig onderscheid gemaakt tussen amateurs en professionals, terwijl die twee perfect complementair zijn. Een alternatieve visie kan nooit kwaad, maar volstaat niet altijd als primaire nieuwsbron. De handen in elkaar slaan is dus de boodschap!

members.upc.nl
members.upc.nl

Sociale media: een noodzakelijk kwaad?

Tegenwoordig lijkt het erop dat journalisten het zich niet meer kunnen permitteren om niet te Twitteren. Niet meedoen betekent zaken missen. Er komt druk vanuit verschillende hoeken. Vaak zijn scoops in eerste instantie op Twitter te vinden, alvorens ze via de traditionele kanalen bekendgemaakt worden. Twitteraars mochten zich bijvoorbeeld bij de “gelukkigen” rekenen die als eerste op de hoogte werden gebracht van het overlijden van koningin Fabiola. De andere kant van de medaille is er natuurlijk ook en die is niet altijd even schitterend. Hoewel sociale media een immense bron aan informatie zijn, let de journalist toch beter op wanneer hij er gebruik van maakt. Hoeveel waarheid zit er in die informatie? Oppervlakkigheid is eigen aan sociale media en het streven naar likes op overschaduwt al snel de kwaliteit van het nieuws. Sociale media tijdsbesparend voor journalisten, zegt u? Niets is minder waar. Op sociale media is een overload aan informatie te vinden. Waar begint een journalist? Het selecteren en elimineren alleen al neemt een zee van tijd in beslag, zodat niets anders dan een verlies aan productiviteit bij de journalist geconstateerd kan worden. De journalist zal maar beter selectief zijn in wie hij volgt op Twitter. En tenzij het om breaking news gaat heeft Twitter niet al te veel te bieden, voor diepgang is er geen ruimte. Bovendien zijn het enkel andere media die het getweete nieuws oppikken, de gewone Vlaming bereik je via deze weg niet. Wil je als journalist je netwerk uitbreiden? Daar zit wat in. Maar om iemand te pakken te krijgen zijn de ouderwetse middelen nog altijd de beste: grijp gewoon naar je telefoon. Tegelijk zou het echter dom zijn om geen gebruik te maken van de middelen die voorhanden zijn. Journalisten, denk niet te snel ‘dit is niets voor mij’, maar aanvaard het veranderende medialandschap. Roei met de riemen die je hebt, maar wees ook kritisch.

celinedraaitdoor.wordpress.com
celinedraaitdoor.wordpress.com

#tweetineigennaam

Dat sociale media dienst kunnen doen als alternatief kanaal waarlangs de minder mainstream topics onder de aandacht gebracht kunnen worden is intussen duidelijk. Maar hoe zit het met de verzoenbaarheid van vrije meningsuiting en neutraliteit? Mensen stellen zich wel eens de vraag of het geoorloofd is dat een professional als een journalist of politicus zijn uitgesproken mening over een nieuwsfeit of politieke kwestie verkondigt via sociale media als Facebook of Twitter. Natuurlijk moet er een onderscheid worden gemaakt tussen de journalist als privépersoon enerzijds en de journalist als vakman anderzijds. Net zoals een verteller in een roman niet gelijkgesteld kan worden aan de auteur. Hier hebben Twitteraars iets op gevonden: wanneer ze hun 140-lettertekens tellende bedenkingen willen delen met de wereld, los van hun beroepsmatige functie, laten ze expliciet weten dat ze in eigen naam tweeten en niet in die van hun werkgever. Dan is er geen probleem, toch? Niet helemaal. Voor het publiek is het namelijk heel moeilijk om de privépersoon los te koppelen van de professional, waardoor de journalist gemakkelijk aan geloofwaardigheid kan verliezen. Daarom is het belangrijk dat journalisten die actief zijn op Twitter hun afstand bewaren wanneer het gaat om controversiële kwesties, het blijven immers publieke figuren..

Nieuwe media: de ondergang van kwaliteitsnieuws?

Net zoals de impact op de zender is de impact van nieuwe media op de boodschap zelf niet te ontkennen. Gaat de kwaliteit van de journalistiek achteruit door toedoen van de sociale media? Zoals reeds werd gevreesd toen deze blog nog in zijn kinderschoenen stond, doet de snelheid waarmee nieuwe media werken inderdaad afbreuk aan de kwaliteit van het nieuws dat erop verschijnt. Denk maar aan spelfouten, verkeerde data, foute naam, … Waar is de geloofwaardigheid van de journalist dan gebleven? Op deze manier wordt een heus wantrouwen bij het publiek gecreëerd. Om nog maar te zwijgen over de tenenkrullende reacties die mensen sinds kort kunnen plaatsen onder nieuwsberichten die in hun newsfeed verschijnen. In dit geval pleit ík schuldig aan ramptoerisme. De essentie van het nieuws dreigt nogal snel verloren te gaan te midden van de chaos. Het nieuws op sociale media heeft ook een zeer commercieel karakter: uiterst vage koppen dwingen de lezer tot doorklikken.

Kinderen van onze tijd

Het besluit van dit debat was dat televisie en kranten niet zullen verdwijnen. Nieuwe media vormen een welgekomen aanvulling en zijn toch o zo handig, maar wat is er fijner dan een tastbare krant in de hand of een streepje radio in de keuken of auto? Ergens is traditioneel toch betrouwbaar. Daarbij moet natuurlijk gezegd dat wij allemaal kinderen zijn van onze tijd: geboren in de jaren ’90 van de vorige eeuw, opgegroeid tussen de kranten en ergens halverwege in het diepe (lees: het digitale tijdperk) gegooid. Noem het gerust nostalgie (dat is het voor een groot stuk ook), maar wat wij willen is the best of both worlds: een beetje oud, een beetje nieuw.

funny-pictures.picphotos.net
funny-pictures.picphotos.net

Bronnen:

http://www.ipsnews.be/artikel/youtube-wil-grote-impact-van-videos-met-schendingen-mensenrechten

http://www.tommelein.com/wp-content/uploads/bsk-pdf-manager/1_dae1b9aec7a54180f2595f14dccf05a5.pdf

http://www.antenno.com/kan-je-onpersoonlijke-naam-tweeten/

Big Brother is watching you

www.theburningplatform.com
http://www.theburningplatform.com

Laatst gaf Frank Degraeve, gewezen journalist bij De Standaard en huidig woordvoerder voor Check Twice, een gastles over trends in de journalistiek. De zeven trends die schijnbaar opdoemen in het huidige medialandschap, onder invloed van sociale media, zijn de volgende: 1. ALLES is zichtbaar, 2. iedereen is woordvoerder, 3. deadlines behoren tot het verleden (iets waar Degraeve overigens zelf niet achter staat), 4. journalisten bouwen een immens netwerk van medewerkers op, 5. journalisten wordt een soort van celebrity-status toegekend, 6. er wordt al gepubliceerd alvorens te dubbelchecken, 7. onderzoeksjournalistiek is in opkomst. Het is over die eerstgenoemde trend dat ik het zou willen hebben. Als ik er zo over nadenk weten mijn vrienden ook voor het grootste deel van de tijd waar ik uithang. Check-ins op Foursquare, filmpjes op Snapchat, foto’s op Instagram en Facebook verraden regelmatig mijn whereabouts. En we lijken dat ook allemaal niet meer erg te vinden, dat heel de wereld meekijkt, meeluistert en meeleest. Hoewel transparantie niet meteen geassocieerd wordt met kwaliteitsjournalistiek is het bij journalisten niet anders: overal vallen journalistieke conversaties te volgen.

Journalistiek en plein public

Steeds vaker lijkt het erop dat interviews hier en nu plaatsvinden op Twitter. Mensen worden het vuur aan de schenen gelegd onder het toeziend oog van de gehele online gemeenschap en reageren met “no comment” is plots niet echt meer een optie. Bij dit soort van publieke journalistiek wordt discretie min of meer bewust overboord gegooid. Schrijver Jeff Goins is erin geslaagd om zo’n interview geheel via Twitter af te nemen, en hij geeft ons de belangrijkste argumenten mee waarom iedere journalist zich eens aan een “twitterview” zou moeten wagen:

  • Beknoptheid levert de meest relevante informatie op. Door de beperking van 140 lettertekens kan de geïnterviewde niet rond de pot draaien.
  • Er is slechts beperkte inzet vereist en er wordt geen tijd verspild.
  • Iedereen heeft de mogelijkheid om mee te luisteren en zelfs deel te nemen aan het gesprek.
  • Door toevoeging van een hashtag kan je het gesprek later makkelijk terugvinden.
  • Handige technologische snufjes zoals Tweeterview en Tweetchat vergemakkelijken het interviewen.
  • Op natuurlijke wijze genereert Twitter verder debat.
  • Iemand interviewen in het openbaar kan ervoor zorgen dat je invloed op het publiek toeneemt.

Het derde puntje dat Goins aanhaalt is echter niet altijd mooi meegenomen. Vaak gebeurt het dat bijvoorbeeld politici zich mengen in Twitter-conversaties tussen journalisten. Dit tot groot afgrijzen van de journalist natuurlijk. Ook woordvoerders ondervinden wel eens nadelen aan publieke journalistiek: door inmenging van anderen kan het gebeuren dat ze onder druk gezet worden om zaken te onthullen die ze liever nog voor zich hadden gehouden. Op dat moment hebben sociale media van journalisten, politici, woordvoerders, etc. publieke figuren gemaakt, waarvan dan ook verwacht wordt dat ze vrijuit spreken. Een bijkomend minpunt is de exclusiviteit die in het gedrang komt: wanneer alle informatie openbaar te grabbel wordt gegooid zijn er natuurlijk kapers op de kust. Het risico bestaat dat iemand anders met de scoop gaat lopen.

silverbacksocial.com
silverbacksocial.com

Eigen schuld, dikke bult?

Zowel journalisten als woordvoerders zullen het moeten gewoon worden dat sommige van hun conversaties “en plein public” plaatsvinden. En dat er niet alleen wordt meegeluisterd, maar af en toe ook wordt meegepraat.

Frank De Graeve suggereert dat journalisten nog zullen moeten wennen aan de mechanismen van nieuwe technologieën en publieke journalistiek. Als journalisten de voordelen wil meepikken die sociale media te bieden hebben voor de uitvoering van hun job, dan nemen ze er maar best ook de keerzijde bij. Je kunt niet alles hebben, niet waar?

Bronnen:

http://www.vlaamsenieuwsmedia.be/kenniscentrum/2012/03/journalistiek-in-2012-en-plein-public

http://goinswriter.com/twitter-interviews/

Trendrapport 2012

Gastles Frank Degraeve

Digitale kloof anno 2014

Wie mijn vorige blogpost heeft gelezen, heeft al kunnen kennismaken met het zeer wezenlijke probleem dat zijn intrede heeft gedaan in onze maatschappij met de komst van het internet. De digitale kloof: vroeger ging het om het onderscheid tussen zij die toegang hebben tot technologie, en zij die dat niet hebben (NTIA-rapport 1999). Maar tegenwoordig heeft het begrip een ietwat andere invulling gekregen: nu gaapt er een kloof tussen wie wel met computers en het internet om kan en wie niet. Professor Nieuwe Media aan de VUB Leo Van Audenhove komt zijn zegje doen in “De ochtend” op Radio 1. Beluister het hier:

Digibeten vs. alpha-geeks

73% van de Vlamingen heeft thuis toegang tot het internet, waarmee we een beetje achterop hinken ten opzichte van Nederland en Scandinavië waar bijna iedereen toegang heeft tot het internet. Bij de groep die ondertussen wel online actief is valt het steeds meer op dat er zich ook daar een kloof heeft gevormd naast de klassieke tegenstellingen oud – jong, rijk – arm en man – vrouw. Mensen een computer ter beschikking stellen blijkt niet meer te volstaan om de digitale kloof te dichten. Er is een groot verschil tussen gebruikers die goed overweg kunnen met het internet en anderen die de digitale technologie minder goed onder de knie hebben. Er bestaan drie subcategorieën wanneer het gaat om vaardigheden op het internet: een eerste soort zijn de operationele vaardigheden: kan je praktisch werken met een computer, kan je de knoppen bedienen? Ten tweede zijn er de informatievaardigheden: kan je informatie vinden op het internet en die ook kritisch analyseren? Een derde en laatste categorie zijn de strategische vaardigheden: kan je de informatie die je ter beschikking hebt in je eigen strategische voordeel gebruiken? Vooral hier knelt het schoentje. Laagopgeleiden en ouderen beschikken vaak niet over deze strategische vaardigheden. Maar er zijn ook kansrijke jongeren die kampen met dezelfde problemen.

jonglerenentechnologie.blogspot.com
jonglerenentechnologie.blogspot.com

Voegwerk

De problematiek van digitale inclusie, of e-inclusion, is veel complexer dan men ooit gedacht had bij het vaststellen van de digitale kloof. De belangrijkste stap op weg naar het dichten van de kloof is vooral cursussen aanreiken en daar ligt de bal in het kamp van het onderwijs. Goed nieuws is dat deze initiatieven relatief goed bezig zijn, maar er stellen zich drie grote problemen: de bestaande initiatieven zijn nogal projectmatig gericht en hebben nood aan financiering, door de beperkte schaal heeft de sector het moeilijk om al het materiaal up-to-date te houden en tenslotte bestaat de omkadering vaak uit laaggeschoolde vrijwilligers die zelf moeite heeft om up-to-date te blijven met de technologische evolutie. Bij deze een oproep aan de overheid die ervoor kan zorgen dat de sector professionaliseert!

Er moet een coördinatie komen bij al die projecten en er moet geprofessionaliseerd worden, willen we niet dat er heel wat mensen uit de boot vallen.

Een voorbeeld van een poging om deze digitale kloof te dichten is de 550.000 euro die Maggie De Block ter beschikking stelt voor projecten die mensen moeten leren het internet beter en doeltreffender te gebruiken. Als grootste knelpunt ziet Maggie de onbekwaamheid om te solliciteren via internet, terwijl dat tegenwoordig vaak de enige manier is. We zien dat deze problematiek zich vooral voordoet bij de bevolkingsgroep die het het best kan gebruiken: de lagergeschoolden.

tildepee.wordpress.com
tildepee.wordpress.com

Gemakkelijker aan een job geraken is slechts een van de vele voordelen die weten hoe je moet omgaan met een computer en internet met zich meebrengt. Meer aandacht hiervoor, ook van de kant van de overheid, zou dus een mooie stap zijn in de richting van de vernauwing van de digitale kloof.

Bronnen:

http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/binnenland/1.886651

http://www.maggiedeblock.be/2012/09/21/maggie-de-block-wil-nieuwe-digitale-kloof-dichten-met-innoverende-ict-projecten/

Mariën, I. & Van Audenhove L. (2010). Van digitale kloof naar digitale geletterdheid: sociale uitsluiting in het internettijdperk. Brussel: VUB.

Oma chat en opa skypet

www.softwareag.com
http://www.softwareag.com

Taken maken op de computer, opzoekwerk voor een spreekbeurt, leerstof op Blackboard en Toledo, … Ik vond dat vroeger allemaal niet zo evident. Bij ons in de klas was er bijvoorbeeld een kindje dat thuis geen computer had. Er zijn computers ter beschikking in de bib of in de klas, zegt u? Maar hoe zit het dan buiten de schooluren? Twee blogposts geleden werd het fenomeen al even aangeraakt: de digitale kloof. Of de kloof tussen “information haves” en “have-nots”. In de les zagen we al wat deze kloof betekent op wereldschaal: de ongelijke mate waarin rijke en arme landen voordeel halen uit verschillende vormen van informatietechnologie. Maar zelfs dichter bij ons gaapt de kloof: ook leeftijd speelt een grote rol binnen deze problematiek.

De zilveren digitale kloof

Vele ouderen leven als het ware in de sciencefiction van hun jeugd. (Troonrede Nederland 2011)

Al een paar decennia lang wordt onze maatschappij getekend door twee trends: de vergrijzing en de digitalisering. Of deze twee ook hand in hand gaan is een ander paar mouwen. Lange tijd stonden ouderen aan de afgrond van de digitale kloof. Dankzij allerlei cursussen die hen worden aangeboden schuift dit nu stilletjesaan op. Toch zien we dat veel senioren nog steeds achterop hinken, en dan vooral de zeventigplussers. Slechts één op de drie Belgische vijfenzestigplussers beschikt thuis over een computer en de helft van de bevolking tussen vijfenzestig en vierenzeventig jaar is nog nooit op het internet geweest. Dit is onder meer te wijten aan het feit dat de meeste ouderen een relatief laag inkomen hebben en relatief laag zijn opgeleid. Ook hebben ze een beperkter sociaal netwerk. Voeg bij dit alles nog een flink gebrek aan motivatie en die pc komt al helemaal het huis niet in. Nochtans biedt ICT enorme mogelijkheden met het oog op ouderen langer zelfstandig te laten wonen en bevordert het de maatschappelijke integratie.

twitter.wauwel.nl
http://www.twitter.wauwel.nl

Surfende senioren

Bij de ontelbare voordelen van ICT voor ouderen moet domotica (woonhuisautomatisering) zeker vermeld worden. Bij domotica voor ouderen denken we dan vooral aan personenalarmering, een elektrisch slot, een videofoon, een huisautomatiseringssysteem, … De mogelijkheden zijn oneindig. Mijn oma, die aan de ziekte van Parkinson leed, had zo’n personenalarmeringssysteem in huis. Door middel van een afstandsbediening die ze liefst steeds bij zich droeg konden in geval van nood, met een simpele druk op de knop, onmiddellijk de alarmcentrale en haar drie kinderen worden verwittigd. Toch een hele geruststelling voor de rest van de familie en weer een reden minder om te vrezen dat thuis blijven wonen te riskant werd. Al deze toepassingen van domotica komen de snelheid van hulpverlening ten goede. Maar niet alleen deze praktische ingrepen zijn het overwegen waard, ook gewoon toegang tot het internet kan het leven van ouderen aanzienlijk aangenamer maken. Hoe langer hoe meer winnen webtoepassingen aan belang en brengt de klassieke, “analoge”, fysieke aanpak nadelen met zich mee. Denk maar aan boeken en reizen die vaak veel voordeliger te vinden zijn online, banken die je voor hulp doorverwijzen naar hun website en tickets voor films en openbaar vervoer waar je meer geld aan kwijt bent als je ze aan de kassa koopt in plaats van op het internet. En dan zwijgen we nog over de verplaatsing en ellenlange files die perfect te vermijden zijn voor de minder mobiele oudere. Dat de bevolkingsgroep die over het algemeen al minder kapitaalkrachtig is in een nadelige positie beland als consument omdat men niet vertrouwd is met het internet, is niet logisch. Ook is het schrijnend wanneer ouderen in de eenzaamheid belanden omdat vrienden en familie niet meer in de buurt zijn. Ook mijn oma had nog een enkele goede vriendin waarmee ze om de zoveel tijd eens heen en weer telefoneerde, omdat naar elkaar toegaan geen optie meer was. Hoeveel gemakkelijker zou het zijn om contact te houden met je naasten als je eens kan skypen met kleinkinderen op Erasmus of mailen met vrienden die aan de andere kant van het land wonen? Ouderen vertrouwd maken met nieuwe technologie kan in dit opzicht een grote meerwaarde zijn. Hierbij is het zeer belangrijk dat ouderen persoonlijk worden geconsulteerd, want vaak is er de angst voor het onbekende. Daarbovenop is een grote tekortkoming dat gebruiksvriendelijkheid nog steeds te wensen overlaat. Vele toepassingen zijn voor ouderen gewoonweg te ingewikkeld.

www.techrepublic.com
http://www.techrepublic.com

To the rescue!

Wat kan er nu concreet ondernomen worden om deze digitale generatiekloof te overbruggen? De Koning Boudewijnstichting, die ijvert voor een betere samenleving, zette verschillende ideeën voor ons op een rijtje:

  • Zoals hierboven al aangekaart is er nood aan meer gebruiksvriendelijkheid. Pas op! Senioren willen absoluut niet betutteld worden maar voorzien van complexe producten die wel gemakkelijk te bedienen zijn.
  • Senioren moeten vertrouwd gemaakt worden met het plezier dat ze aan al deze nieuwe technologieën kunnen beleven en dat tegelijk hun levensstandaard kan verbeteren.
  • Opleidingen moeten dicht bij huis gegeven worden, omwille van de mobiliteit en de sfeer.
  • Behandel senioren op een frisse en vernieuwende manier en niet alsof ze een afgedankte bevolkingsgroep zijn. Wees geen moraalridder!

Leve de surfende senior!

Bronnen:

http://www.kbs-frb.be

de Haan, J., Klumper, O., & Steyaert, J. (2004). Surfende senioren: Kansen en bedreigingen van ICT voor ouderen. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

De Schutter, B., Vanden Abeele, V. (2008). Meaningful play in elderly life. Proceedings of ICA.

Vens, B. (2007). Onderzoek naar de maatschappelijke participatie van de Vlaamse 60-plusser. Brussel: VUB.

Lesmateriaal Nieuwe Media en Mediaconvergentie

Slacktivisme, shmacktivisme

Wie er nog niet over gehoord had heeft afgelopen jaar onder een steen geleefd. #ALSIceBucketChallenge was lange tijd de enige hashtag die er in sociaal medialand te bespeuren viel. Ook ik ben de uitdaging aangegaan en heb 10 euro gedoneerd aan de Belgische ALS liga, hoewel de bewuste filmpjes me ondertussen al ruime tijd de strot uitkwamen. Voor mij was het duidelijk waarom ik het deed: 1. alle beetjes helpen, 2. niet meedoen zou flauw zijn, 3. wanneer iedereen zich achter eenzelfde doel schaart bereik je zoveel meer, 4. relatief onbekende ziektes als ALS moeten dringend onder de aandacht gebracht worden, van alle mensen die mijn filmpje zien is er misschien eentje die ALS googlet, 5. baat het niet, dan schaadt het niet. Prachtig toch, de solidariteit die sociale media bij mensen weten op te wekken? Maar ja, haters gonna hate.

De wereld verbeteren in een klik

On-line activisme heeft weinig of geen politieke of sociale impact. Het geeft enkel de illusie dat men een impact kan hebben, en is daarom een ideale vorm van activisme voor de huidige, “luie” generatie.

Zo luidde de stelling die we in de les over het internet als bevrijder voorgeschoteld kregen. Dit fenomeen is beter bekend als ‘slacktivisme’, een samentrekking van slacker – wat zoveel betekent als iemand die er alles aan doet om werk te vermijden en een gebrek heeft aan arbeidsethos – en activisme. Het begrip steunt op de feel-good factor: mensen krijgen de indruk dat ze bergen verzetten door actief te liken en sharen, maar in realiteit wordt er amper iets bereikt. De positieve impact van het internet waar iedereen nochtans decennialang zo van overtuigd was wordt met andere woorden hoe langer hoe meer in vraag gesteld. Christensen onderzocht of online activisme ook echt door velen beschouwd wordt als vervangmiddel voor traditionele liefdadigheid. Daarbij gaat hij uit van de twee hoofdpunten van kritiek die wel eens worden geuit over online activisme: 1. het is minder effectief, 2. het vervangt traditionele offline participatie en leidt zo tot een daling in participatie over het algemeen. Twee totaal tegengestelde meningen in deze kwestie zijn die van Putnam en Dalton. Putnam oordeelt dat de media mede de oorzaak zijn van een daling in sociaal kapitaal en bereidheid onder burgers om deel te nemen aan politieke activiteiten. Dalton daarentegen argumenteert dat het hier niet gaat om een uniforme afname van participatie, maar gewoon om variatie wat betreft de participatie van burgers in politieke kwesties. Wat blijkt is dat – hoewel niet bewezen kan worden dat ook daadwerkelijk elke internetcampagne zijn effect heeft – online en offline activisme mekaar helemaal niet uitsluiten. Meer nog: online activiteit zou zelfs de offline participatie bevorderen! De hypothese dat sprake is van substitutie kan dus worden verworpen.

fromactivismtoslacktivism.wordpress.com
fromactivismtoslacktivism.wordpress.com

Het kliktivisme van Avaaz

Avaaz, dat overigens ‘stem’ betekent in verschillende talen, is zo een organisatie die “actie voert” met behulp van online petities en mediacampagnes. Wat mensen zo aanspreekt bij Avaaz is het gemak waarmee ze kunnen deelnemen. Het is als bladeren door een catalogus van goede doelen en eens je iets hebt gevonden dat je aanstaat komt het er gewoon op aan om je naam op te geven. Met één klik heb je genoeg goeds verricht voor het komende jaar. Patrick Kingsley van The Guardian wijst erop dat diezelfde gemakzucht voor veel kritiek zorgt. Dringt de problematiek op deze manier wel genoeg door? Daardoor wordt Avaaz meer dan eens als oppervlakkig afgeschilderd.

They are the Walmart of activism . . . and silence underfunded radical voices.

Dat is wat Micah White, ook van de Guardian, ervan denkt. Avaaz zelf denkt er anders over: ze heeft het publiek op grote schaal weten te betrekken en haar resultaten reiken tot ver buiten het wereldwijde web.

knowyourmeme.com
knowyourmeme.com

Verspreid positiviteit!

Wat mij betreft is de wereld vandaag de dag al genoeg bezaaid met negativiteit. Waarom zou je iemand het plezier ontzeggen om een bak vol ijsblokken over zijn hoofd te kieperen, ook al komt dit voort vanuit de hoop op veel likes? Zolang er gedoneerd wordt en de boodschap verspreid, kan ik niet anders dan hier alleen maar het positieve van in te zien. Als mensen in nood moeten wachten tot elke individu op een ochtend opstaat met het idee: ‘nu ga ik eens een goede daad verrichten’ en vanuit het hart een berekende bijdrage levert, dan zijn we nog niet aan de nieuw patatten. En wat ik dacht bij de ice bucket challenge geldt eigenlijk voor alle goede bedoelingen: baat het niet, dan schaadt het niet.

Bronnen:

http://www.washingtonpost.com/blogs/monkey-cage/wp/2014/03/12/does-slacktivism-work

http://www.urbandictionary.com

http://www.avaaz.org

Christensen, H. S. (2011). Political activities on the internet: Slacktivism or political participation by other means? Chicago: First Monday.

Putnam, R. D. (2000). Bowling alone: The collapse and revival of American community. New York: Simon & Schuster.

Dalton, R. J. (2006). Citizen politics: Public opinion and political parties in advanced industrial democracies. Fourth edition. Washington D.C.: CQ Press.

Avaaz: Activism or ‘slacktivism’? The Guardian 20 July 2011

e-democratie: een utopie?

www.internauta-online.com
http://www.internauta-online.com

Dat de komst van het internet een democratiseringsproces in gang heeft gezet is zeker. Maar het gaat zelfs verder: het gebruik van nieuwe media kan volgens sommigen leiden tot een ware digitale democratie waarbij de politieke participatie van de burger aanzienlijk toeneemt! Op Wikipedia worden digitale gemeenschappen al vergeleken met een Griekse Agora: een verzamelplaats waar het sociaal leven zich afspeelt en die tegelijk een politieke, sociale en commerciële functie vervult. De snelheid, directheid, interactiviteit en noem maar op, waarmee nieuwe technologieën gepaard gaan bieden immers tal van mogelijkheden. Het viWTA, Vlaams Instituut voor Wetenschappelijk en Technologisch Aspectenonderzoek, onderzocht hoe het zit met het draagvlak voor e-democratie in Vlaanderen.

Op naar directe democratie!

Voor het onderzoek ging het viWTA ten rade bij de vier verschillende stakeholders van de democratie in Vlaanderen: de Vlaamse bevolking, gemeenteraadsleden, vertegenwoordigers van organisaties en tot slot politieke journalisten geaccrediteerd bij het Vlaams Parlement. Uit het onderzoek is gebleken dat de meerderheid van mening is dat de burger te weinig invloed heeft op het beleid. Politici zouden niet zelf beslissingen moeten nemen, maar de burger zou rechtstreeks inspraak moeten hebben in het beleid en de mogelijkheid om zelf wetsvoorstellen in te dienen en erover te stemmen. Dit is tot nu toe reeds het geval in Zwitserland en Liechtenstein. Al wordt deze bestuursvorm ook vaak met chaos geassocieerd. Jan Gajentaan van De Dagelijkse Standaard benadrukt de complexiteit van de situatie:

Ik vraag me af of je complexe vraagstukken zoals grote overheidsinvesteringen of politiek-bestuurlijke kwesties zoals het eventueel verlaten van de EU, per referendum moet laten beslissen. Stel, 50,1% van de Nederlanders is voor het verlaten van de EU en 49.9% daartegen, is dat dan de juiste beslissing?

Mogen wij ook meespelen?

Er heerst bij de Vlamingen een zorgwekkend gebrek aan vertrouwen in de politiek. Slechts 15% is ervan overtuigd dat de door hen verkozen politici het algemene belang vooropstellen. Daarbij komt nog dat de media, die toch een essentiële democratische rol horen te vervullen, ervan beschuldigd worden een onjuiste weerspiegeling te zijn van de publieke opinie en de burger slecht te informeren over het beleid. Er is met andere woorden dringend meer nood aan participatie. Wel is er een tendens merkbaar: burgers zijn minder happig op zelf meebeslissen dan louter geïnformeerd worden over het beleid door de overheid, de twee uitersten van de participatieladder. De verschillende niveaus van betrokkenheid bij het democratische proces zijn informeren, consulteren, actief deelnemen en meebeslissen. Naarmate de participatieladder beklommen wordt, wordt de wens om te participeren kleiner.

www.brunssum.nl
http://www.brunssum.nl

De vraag is nu hoe geschikt nieuwe technologieën zijn in dit hele proces? In onderstaande grafiek zien we dat over het algemeen gesproken ICT beschouwd wordt als zeer geschikt voor de bevordering van de participatie van de burger. Vooral wat het informatieniveau betreft wordt het potentieel van ICT erkend. Wat betreft meebeslissen zijn vooral politici en het middenveld nog niet helemaal overtuigd.

Dossier 9
Dossier 9

De digitale kloof

Het grootste probleem dat de kop opsteekt in de vraag naar e-democratie wordt gevormd door de digitale kloof, die vooral afhangt van opleidingsniveau en leeftijd. e-democratie laat niet-internetgebruikers volledig links liggen. Op deze manier krijgen achtergestelde groepen geen stem. Betekent dit misschien dat de participatiekloof dan eerder zal vergroten?

Vlaanderen klaar voor e-democratie?

Is er in Vlaanderen een draagvlak voor e-democratie? Nee. Of toch niet in alle lagen van de bevolking. Politici staan er niet om te springen en middenveldorganisaties zijn sceptisch. Daartegenover staat dat er bij specifieke subgroepen onder de burgers een enorme interesse en geloof heerst in het potentieel van e-democratie. De tekortkomingen van onze huidige democratie zijn voor iedereen duidelijk, maar de idee van een directe e-democratie is voor velen te drastisch. Wel is men bereid om de burger een grotere rol te laten spelen in het beleidsproces, mede door middel van digitale technologieën. We kunnen dus stellen dat er in Vlaanderen een zeker draagvlak is voor e-democratie, zij het zeer beperkt.

bureaubuhrsblogt.blogspot.com
bureaubuhrsblogt.blogspot.com

Bronnen:

Oderzoek viWTA: Dossier 9: e-democratie in Vlaanderen. http://ist.vito.be/nl/publicaties/dossiers/dossier_9.html

http://nl.wikipedia.org/wiki/Democratie#E-democracy

http://www.dagelijksestandaard.nl/2014/07/is-directe-democratie-de-panac-e-voor-alle-kwalen/