Twijfel over Twitter

owni.eu
owni.eu

Een jaar of twee geleden liet ik me door een vriendin overhalen om mee te doen met de massa en ook eindelijk maar eens Twitter aan te maken. Toegegeven: het grootste deel van de tijd vergeet ik dat ik Twitter heb. Met het oog op een journalistieke carrière zou ik er nochtans maar beter aan wennen, aangezien steeds meer journalisten er tijdens het werk gebruik van maken. Is dit een vlekkeloos systeem of is enige vorm van argwaan tegenover Twitter als nieuwsbron hier wel op z’n plaats?

De Belgische journalist tweet er op los

Uit de journalistenenquête van communicatiebureau Quadrant Communications die gehouden werd in 2012 blijkt dat journalisten steeds meer gebruik maken van Facebook en Twitter voor journalistieke doeleinden. Het onderzoek werd uitgevoerd bij 330 Belgische journalisten waarbij gepolst werd naar hun visie op de toekomst. Cijfers tonen aan dat niet minder dan 51% van hen professioneel gebruik maakt van Twitter, dat is maar liefst 33% meer dan in 2010 en 42% meer dan in 2009. Wanneer we eventjes teruggrijpen naar het onderwerp van mijn vorige blogpost, zien we dat het gebruik van Wikipedia door journalisten daarentegen afnam. Waar in 2010 nog 86,5% van de journalisten aangaf Wikipedia te raadplegen als bron, gaat het in 2012 nog slechts om 67%.

http://www.slideshare.net
http://www.slideshare.net

Tegenover het steeds toenemende gebruik van sociale netwerksites staat dat hier amper richtlijnen voor bestaan. 78% van de ondervraagden kampt met een gebrek aan richtlijnen omtrent het gebruik van onder andere Twitter. Dat is vrij rampzalig gezien de complexe realiteit waarin wij leven: hoe zit het met privacy, plagiaat en waarheidsgehalte? 20% is van mening dat sociale media de journalistiek helpen verbeteren, namelijk omwille van de extra bronnen die ze op deze manier kunnen raadplegen en de nieuwe feiten die aan het licht komen.

Stop bitching and start tweeting! (Romenesco)

Journalist Mat Honan zei het al:

Twitter is no longer simply a place where people come to make jokes and drop quickie status updates. It’s practically infrastructure: a core component of the global communications system.

NewsWhip, een bedrijf dat de verspreiding van verhalen op sociale netwerksites volgt en voorspelt, doet zelfs 8 tips voor journalisten uit de doeken om Twitter op een slimme manier te gebruiken:

  • Hanteer de zoekfunctie als een kunstvorm
  • Vind relevante inhoud
  • Vind belangrijke bronnen
  • Gebruik hashtags en antwoorden
  • Gebruik aangepaste tijdlijnen om tweets te sorteren en Storify
  • Gebruik lijsten
  • Tweet grafieken en gegevens
  • Gebruik Spike

Twitter wordt hier duidelijk gezien als waardevol instrument voor de journalist. In zijn onderzoek haalt Peter Verweij bovendien aan dat het gebruik van Twitter als waarschuwingssysteem door de traditionele media perfect aansluit bij de klassieke journalistieke manier van waarheidsvinding. Vandaag de dag gaat het dus om collectieve waarheidsvinding: the wisdom of the crowds. Een bedenking hierbij is wel dat kritische analyse nodig is om tot een waarheidsgetrouwe synthese van informatie te komen. De Twittergemeenschap zorgt niet altijd voor een objectieve filtering van het nieuws.

lehawes.wordpress.com
lehawes.wordpress.com

Twitter is geen journalistiek

Jeb Lund van The Guardian denkt er duidelijk anders over. Twitter is één grote wisselwerking van dieverij: tweets stelen en je eigen naam eronder zetten is schering en inslag. Wat kranten nog doen is een hele hoop tweets over een bepaald event onder elkaar plakken en voorzien van een sappige kop: daar heb je je artikel. Dan zitten we nog met het ethische aspect van de zaak: is Twitter publiek of niet? En hoe zit het met grapjassen die foutieve informatie verspreiden? Wordt dat ook zomaar overgenomen? Voor Lund is het duidelijk: nieuws rapen op Twitter is plagiaat en profiteren van andermans werk.

Bij deze zou ik willen besluiten met een samenvattende quote van Julie Possetti:

Of course Twitter isn’t journalism, it’s a platform like radio or TV but with unfettered interactivity. However, the act of tweeting can be as journalistic as the act of headline writing. Similarly, the platform can be used for real-time reporting by professional journalists in a manner as kosher as a broadcast news live report.

http://www.cartoonstock.com
http://www.cartoonstock.com

Bronnen:

http://blog.newswhip.com/index.php/2014/03/8-top-twitter-journalism-tips

http://www.slideshare.net/Fredegre/journalistenenqute-2012-quadrant-communications-medianet-vlaanderen

http://www.demorgen.be/tvmedia/facebook-en-twitter-steeds-belangrijker-voor-journalisten-a1433440/

http://www.theguardian.com/commentisfree/2014/jul/15/manual-retweets-self-promotion-twitter-embeds-journalism

http://www.wired.com/2014/03/twitter-big-fail-whale-now/

http://jimromenesko.com/

Hermida, A. (2010). Twittering the news: the emergence of ambient journalism. Journalism Practice, 4 (3), 297-308.

Possetti, J. (2009). How Journalists are Using Twitter in Australia. Public Broadcasting Service.

Verweij, P. (2010). Twitter als nieuwsbron voor journalisten. Paper gepresenteerd op het Etmaal van de Communicatiewetenschap 2010. Gent: Universiteit Gent.

Onderzoek Quadrant Communications: Journalistenenquête 2012

Advertenties

Wikiwatte?

Never believe the bullshit that fake guys feed to ya

Always read the stories that you hear on Wikipedia

Zelfs Ed Sheeran steekt zijn argwaan tegenover dit veelbesproken internetfenomeen niet onder stoelen of banken.

Nog snel even Wikipedia checken alvorens te beginnen schrijven, wie doet het niet? De gratis raadpleegbare internetencyclopedie is een haast onuitputtelijke bron aan informatie. Natuurlijk zitten er ook addertjes onder het gras: bij gebrek aan experts achter de organisatie is er geen enkele garantie dat de informatie klopt. Iedere ietwat rebelse lagere schoolganger heeft wellicht ooit al eens zijn fantasie losgelaten op een Wikipedia-artikel van eigen makelij. Daarom is het belangrijk steeds in het achterhoofd te houden wat voor vlees je in de kuip hebt.

radiofreethinker.com
radiofreethinker.com

Wikiwel of wikiniet? De pros en cons op een rijtje.

De meningen zijn verdeeld. Langs de ene kant brengt Wikipedia een volledige gemeenschap van mensen samen die vrijwillig, enkel en alleen voor het grotere goed, de handen in elkaar slaan en massaal bijdragen aan één groot informatienetwerk. Wikipedia staat voor democratisering, het is ‘de wijsheid van de menigte’. Mooi toch? Maar gaat het hier niet eerder om een ideaalbeeld dan om een realistisch te verwezenlijken project? Ironisch genoeg beschikt Wikipedia zelf over een pagina ‘Criticism of Wikipedia’. Allereerst wordt daarop de dubieuze juistheid van de informatie en het gebrek aan autoriteit aangekaart. Maar daarbij moet ook verteld worden dat Wikipedia zichzelf allesbehalve als primaire bron voordoet. Het is best oké om Wikipedia te gebruiken voor eerder oppervlakkige achtergrondinformatie. Wees kritisch, besef wat je eraan hebt. In hun richtlijnen staan 4 zaken centraal: ten eerste is Wikipedia een encyclopedie en reiken haar doeleinden niet verder dan dit. Ten tweede is neutraliteit van cruciaal belang: vermijd vooringenomenheid. Een derde richtlijn is ‘pleeg geen inbreuk op copyright’. En last but not least: respecteer andermans bijdrages. Op deze manier weten gebruikers precies wat ze mogen verwachten. Of is dit toch misschien wat vaag…? Andere aanklachten zijn de kwaliteit van haar teksten, vooroordelen, seksueel getinte inhoud, haar vatbaarheid voor vandalisme en privacybeleid. Niet alleen inhoudelijk schort er van alles, ook de gemeenschap op zich doet heel wat wenkbrauwen fronsen: hoe zit het met de autoriteit, belangenconflicten, anonimiteit, redactie en sociale ongelijkheid? Wikipedia wordt meer dan eens ‘een van de meest fascinerende ontwikkelingen van het digitale tijdperk’ of ‘een ongelooflijk voorbeeld van intellectuele open-source samenwerking’ genoemd. Maar nog veel vaker wordt het bestempeld als ‘encyclopedie die louter berust op geloof’ of ‘lachwekkend’.

Ik heb een idee – Maar ik heb geen geld – Mag ik geld van u? – En van u? En van u? En van u?

Zo luidde een deel van de puzzel die Marnix Peeters vernuftig wist op te lossen in De Slimste Mens ter Wereld afgelopen week. U hebt wellicht al gehoord van het begrip crowdfunding, een alternatieve wijze om een project te financieren waarbij een beroep wordt gedaan op financiële bijdrages van een grote groep mensen, typisch via het internet. Een voorbeeld is Watsky, een slam poet die zijn albums geregeld voor het rapen op het internet gooit en enkel een gulle bijdrage vraagt van geïnteresseerden die zijn muziek de moeite waard vinden om voor te betalen. Volledig vrijblijvend dus.

Bij Wikipedia gebeurt het niet anders. Bij een project dat leeft van crowdsourcing hoort immers ook crowdfunding. Toen Wikipedia in 2009 krap bij kas zat, deed het een oproep aan haar gebruikers om een som ter waarde van een kopje koffie te doneren met als boodschap: ‘Imagine a world without free knowledge’. De smeekbede sloeg duidelijk aan, want op korte tijd haalde het bijna 4,5 miljoen euro binnen en bleef zo advertentievrij. Anders dan in andere gevallen – zoals crowdfunding binnen de journalistiek of ten voordele van een project dat nog op poten moet worden gezet – weet de donor hier precies waar hij zijn geld aan geeft. Mensen die volledig achter Wikipedia staan zijn bereid om te doneren. Slimme zet van meneer Jimmy Wales!

www.quora.com
http://www.quora.com

Vlees in de kuip

Wikipedia heeft onmiskenbaar zijn gebreken, maar ook o zo veel potentieel. Alles hangt ervan af hoe je ermee omgaat. Op zijn blog Rough Type beschrijft Nicholas Carr Wikipedia als volgt:

In theory, Wikipedia is a beautiful thing—it has to be a beautiful thing if the Web is leading us to a higher consciousness. In reality, though, Wikipedia isn’t very good at all. Certainly, it’s useful—I regularly consult it to get a quick gloss on a subject. But at a factual level it’s unreliable, and the writing is often appalling. I wouldn’t depend on it as a source, and I certainly wouldn’t recommend it to a student writing a research paper.

De man heeft een punt.

Bronnen:

(bij wijze van statement werd ook Wikipedia als bron geraadpleegd, nvdr.)

http://www.youtube.com/watch?v=ZXvzzTICvJs

http://www.humo.be/filmpjes/279944/lachen-met-crowdfunding-investeer-in-bullshit

http://www.roughtype.com/

http://onlinejournalismblog.com/2007/09/10/wiki-journalism-are-wikis-the-new-blogs/

http://en.wikipedia.org/wiki/Crowdfunding

http://en.wikipedia.org/wiki/Criticism_of_Wikipedia

Lovink, G., & Tkacz, N. (eds). (2011). Critical Point of View: A Wikipedia Reader. Institute of Network Cultures, Amsterdam.

Rosenzweig, R. (2006). Can History Be Open Source? Wikipedia and the Future of the Past. The Journal of American History.

Ondergedompeld in actualiteit

vice
http://twocentstv.com/hbo-renews-vice-seasons/

Over de wondere wereld van het kannibalisme, zelfmoordbossen en de meest gevaarlijke drug ter wereld kwam ik de laatste tijd alles te weten via VICE. VICE Media is een Canadees bedrijf dat naar eigen zeggen gecreëerd werd door en voor een verbonden generatie. Het nieuws dat ze brengen is een voorbeeld van immersion journalism, of immersionism, waarbij de journalist zich volledig onderdompelt in een situatie samen met alle betrokkenen. ‘Tonen, niet vertellen’ is het motto. Auteur Robin Hemley voorzag ons van een mooie definitie:

Immersion writing engages the writer in the here and now in a journalistic sense, shaping and creating a story happening in the present while unabashedly lugging along all that baggage that makes up the writer’s personality: his or her memory, culture, and opinions.

Dieper dan de diepste zee

In immersion journalism brengt de journalist het ervarende ‘ik’ in contact met zaken en gebeurtenissen om zo de wereld te ontdekken. Op deze manier kan de interne ervaring van externe gebeurtenissen worden beschreven en de beperkende pseudo-objectiviteit van de traditionele journalistiek doorbroken. Bij de mannen van VICE worden bijvoorbeeld reportages gemaakt op zeer gevaarlijke locaties, dit alles volledig losstaand van de mainstream media. De focus ligt hierbij in de eerste plaats op de ervaring en het publiek krijgt het nieuws voorgeschoteld als waren ze ooggetuige. Deze techniek werd mede mogelijk gemaakt door de opkomst van het internet. Frank Rose heeft het erover in zijn boek The Art of Immersion:

Under [the] influence [of the internet], a new type of narrative is emerging –one that’s told through many media at once in a way that’s nonlinear, that’s participatory and often gamelike, and that’s designed above all to be immersive. This is “deep media”: stories that are not just entertaining, but immersive, taking you deeper than an hour-long TV drama or a two-hour movie or a 30-second spot will permit.

Virtue and VICE: heldendaad of ramptoerisme?

In een wereld waarin de traditionele media een stille dood lijken te sterven maakt VICE deel uit van de journalistiek van de toekomst. Hun doelpubliek zijn vooral jongeren, die het voorzichtige, opgekuiste karakter van het alledaagse nieuws beu zijn. Wat wij willen zijn echte verhalen, ongecensureerd en onbevooroordeeld.

Wij geloven niet in objectieve berichtgeving.

Aldus Sjoerd Raaijmakers, uitgever van VICE Benelux. Het doel van de journalisten bij VICE is naar de bron gaan, het verhaal zo puur en authentiek mogelijk vertellen. Transparantie staat centraal. Een groot succes, zo blijkt.

Niet iedereen is echter laaiend enthousiast over deze innovatieve vorm van berichtgeving. Immersive journalists zouden te subjectief zijn en zich schuldig maken aan ramptoerisme. Wanneer je je voor lange tijd verdiept in eenzelfde onderwerp, begin je te denken zoals de betrokkenen. Het wordt onmogelijk om nog van op een afstand naar de dingen te kijken. Naar aanleiding van een zevendelige reeks die gepubliceerd werd in The Washington Post waarin Amerikaanse vicepresident Quayle voor een lange tijd gevolgd werd, zei redacteur Jack Shafter dit:

The reporters got way, way too close. With this kind of immersion journalism, you lose perspective, you lose sight of the goal, and you become this authorized biographer.

Wel vaker worden immersive journalists ervan beticht dat ze met behulp van hun alternatieve methoden louter toerist spelen in de levens van anderen en teren op hun miserie om sensationele verhalen te brengen.

Wij willen VICE

Als jonge journaliste in spe reken ik mezelf graag tot het kamp van de VICE-adepten. Jongeren staan nu eenmaal niet te wachten op voorgekauwde en tot in het oneindige herhaalde ver-van-mijn-bedshows. Immersive journalism is verfrissend, zet aan tot nadenken en opent vaak een tot nog toe onbekende wereld. Objectieve berichtgeving is een utopie, waarom dan toch de schijn hoog houden? Kranten hebben vaak niet de tijd, maar zou het niet beter zijn als elke journalist zich kon verdiepen in het verhaal dat hij brengt? Controversieel is het alternatieve nieuws van VICE wel, maar jongeren kunnen tegen een stootje.

Bronnen:

http://www.vice.com/be/

http://www.demorgen.be/tvmedia/cowboyjournalistiek-van-vice-is-niet-objectief-wel-winstgevend-a1915618/

http://en.wikipedia.org/wiki/Immersion_journalism

Dominguez Martín, E. (2013). Periodismo inmersivo: fundamentos para una forma periodística basada en la interfaz y la acción.

Hemley, R. (2012). A Field Guide for Immersion Writing: Memoir, Journalism, and Travel. University of Georgia Press, Verenigde Staten.

Kurtz, H. (1992). “The beef over quayle.” The Washington Post.

Rose, F. (2011). The Art of Immersion: How the digital generation is remaking Hollywood, Madison Avenue, and the way we tell stories. New York, London: W. W. Norton & Company.

Schoenmakers, blijf bij uw leest?

http://wikimedia.myblog.arts.ac.uk
http://wikimedia.myblog.arts.ac.uk

“Schoenmaker, blijf bij uw leest” is wellicht wat menig professioneel journalist denkt bij het aanzien van het huidige medialandschap. Het lijkt wel alsof iedereen die beschikt over een smartphone het recht heeft zichzelf journalist te noemen. De machtsverschuiving die de democratisering bevordert maar soms maar moeilijk te verkroppen is voor beroepsjournalisten is een feit.

The people formerly known as the audience

Professor journalistiek aan NYU en fellow blogger, Jay Rosen, noemt deze burgerjournalisten liefst ‘the people formerly known as the audience’. Als het publiek niet langer publiek is wil de vraag wel eens opduiken wie er nog wél luistert. Burgerjournalisten zien hier geen graten in en prefereren de term ‘active audience’, een groep mensen die naast het consumeren ook gewoon zelf wil produceren. Mensen willen de dag van vandaag gewoon meer controle over wat er op hen afkomt. Aan het sneltempo waarop we horen mee te draaien in deze absurde maatschappij is braafjes luisteren naar de radio tot een van je lievelingsnummers erop komt, of tv kijken en zappen hoewel “er toch niks op is”, niet meer aan de orde. Je reinste tijdverlies! Dus ook het nieuws willen we liefst op maat gemaakt voorgeschoteld krijgen, wanneer we dat willen. En hoe kan dat beter dan het nieuws zelf en beter te brengen?

De frustratie van de vierde macht

Uit een onderzoek van Carmen Van Oers van de KU Leuven, blijkt dat journalisten wantrouwig zijn tegenover burgerjournalistiek. Van Oers onderzocht de maatschappelijke rol en het professioneel referentiekader van de Vlaamse beroepsjournalist, waarbij 52.9% van de respondenten onder andere aangaf dat burgerjournalistiek het imago van de professionele journalist zou schaden. Het is hierbij dan vooral de gedrukte pers die zich bedreigd voelt, online journalisten zeggen minder te vrezen voor hun imago. Natuurlijk is hier het verschil dat online journalisten zijn opgegroeid met burgerjournalistiek en zich nooit hebben moeten aanpassen wat voor de traditionele media een immense verandering was. De meningen van de respondenten waren niet mals:

In dit land heerst terecht de vrijheid van drukpers. Iedereen mag denken wat hij wil en dat publiceren als hij dat wenselijk acht. Journalistiek is echter wat anders. Het is niet alleen een vak, maar een beschermd beroep dat een eigen deontologie kent en onderhevig is aan rechten en plichten. Burgerjournalistiek is onzin, want synoniem voor amateurisme. Dat bewijst ook de fout van Belga met het overlijden van Fabiola. Dat komt er dan van. Of haalt u er een burgerchirurg bij als u moet worden geopereerd of een burgerloodgieter als de buizen verstopt zijn?

Iedereen journalist

Henk Steenhuis, oud-hoofdredacteur van het Nederlandse maandblad HP/De Tijd en de krant Het Parool, maakte er een reportage over. De journalistiek heeft veel te lang van zichzelf gedacht dat ze het patent had op een onbedreigd voortbestaan. Onderzoeksjournalist en hoogleraar journalistiek Jeroen Smit giet deze problematiek hier in een mooie metafoor:

Je zou kunnen zeggen dat het merendeel van de huidige journalisten op een stoomtrein zit en hard werkt om kolen op het vuur te gooien opdat de trein kan blijven rijden. Prachtig werk, eerlijk werk, belangrijk werk. Maar in de verte rijdt de elektrische trein, waarvan iedereen weet dat-ie de toekomst is. En op de elektrische trein is er geen plaats voor de kolenschop.

Van vs. naar feat.

Ik pleit ervoor dat journalisten hun trots opzij zetten zolang we in het achterhoofd houden dat er zoiets bestaat als een amateurdomein en expertdomein. Hoe meer informatiebronnen er de kop op steken, hoe meer het volk wordt geïnformeerd, wat echter niet noodzakelijk wil zeggen dat men daarom ook béter geïnformeerd is. Leken die zelf het heft in handen nemen van zodra ze kunnen is een onvermijdelijk fenomeen, dus misschien wordt het tijd dat de officiële media dit aanvaarden en de handen in elkaar slaan, net zoals CNN deed met het opstarten van haar website voor burgerjournalistiek: http://ireport.cnn.com/.

Bronnen:

http://www.humo.be/tv-tips/249493/reportagereeks-iedereen-journalist-de-nieuwe-journalist

http://www.huffingtonpost.com/jay-rosen/the-people-formerly-known_1_b_24113.html

http://pressthink.org/

http://www.zdnet.be/cnn/80228/cnn-opent-website-voor-burgerjournalistiek/

Van Oers, C. (2010). De frustratie van de vierde macht: de maatschappelijke rol en het professioneel referentiekader van de Vlaamse beroepsjournalist. KU Leuven, België.

To show or not to show? That is the question.

http://abcnews.go.com
http://abcnews.go.com

De laatste tijd vliegen de onthoofdingsvideo’s ons om de oren. Het is al IS wat de klok slaat. Iedereen kent de befaamde still wel die recent boven talloze krantenartikels prijkte (zie afbeelding hierboven). De nieuwe media zorgen ervoor dat het nieuws – en dan vooral beelden – zich razendsnel verspreid. Het wereldwijde web geeft nogal snel de indruk dat de mogelijkheden oneindig zijn en alles zomaar moet kunnen. De grenzen van de media-ethiek lijken hoe langer hoe meer te vervagen. Het moeilijke aan deze kwestie is de vraag of de wereld deze gruwelijke beelden al dan niet te zien hoort te krijgen en in welke mate het om censuur gaat wanneer we dit proberen te verhinderen.

Tussen censuur en terreur

Ik ben van mening dat het volk geïnformeerd moet worden, dat het publiek het recht heeft om goed op de hoogte te worden gebracht van al wat er zich in de wereld afspeelt. Onwetendheid is namelijk de bron van alle kwaad (Socrates). Maar of dit ten koste mag gaan van andere, morele waarden is een andere zaak. Ook hier komen journalisten voor dilemma’s te staan: wat laten we zien? De meningen over deze kwestie zijn duidelijk in twee kampen verdeeld:

Waarom zouden we verlengstuk willen zijn van een terreurmachine?

Kamp 1, hier vertegenwoordigd met een citaat van adjunct-hoofdredacteur Pieter Klein van RTL Nieuws, gruwelt bij de gedachte om mensonterende beelden de wereld in te sturen. Er wordt rekening gehouden met wat de verspreiding van dergelijke video’s teweegbrengt bij naasten van slachtoffers. Het is zo dat beeldmateriaal vaak een grotere impact op het publiek heeft dan de tekst die erbij staat en het inlevingsvermogen vergroot. De taak van de media om de aandacht van het publiek op een bepaalde problematiek te vestigen wordt hierdoor dus vergemakkelijkt. Maar waar ligt de grens met sensatie? Beelden zijn immers niet noodzakelijk om een verhaal te brengen, als je mensen een duidelijk beeld kan schetsen zonder ze te choqueren, is dat dan niet de beste aanpak? En misschien nog wel de belangrijkste reden om het niet te doen: door deze weerzinwekkende beelden te verspreiden zaai je terreur en geef je de makers ervan precies wat ze willen.

De wereld is geen Disneyfilm, Nieuwsuurrepo of eufemistisch regeerakkoord vol warme beloftes. Information wants to be free.

Kamp 2, waartoe ook de alternatieve nieuwssite GeenStijl behoort die bovenstaande quote leverde, beschouwt de terughoudendheid van media als het op onthoofdingsvideo’s aankomt als pure censuur. Ze pleiten voor absolute persvrijheid en argumenteren dat het zeker op het internet moet kunnen omdat men daar zelf in de hand heeft wat men wel of niet te zien krijgt. Het is niet al rozengeur en maneschijn, dus moet de mens de wereld maar te zien krijgen zoals hij werkelijk is. Is moraalridder spelen hier hypocrisie?

Het publiek wordt emoties moe

Er bestaat zoiets als compassion fatigue, oftewel ‘compassiemoeheid’: het fenomeen waarbij sterke beelden van menselijk leed het publiek na veelvuldige herhaling niet langer kunnen beroeren. Is het in dit opzicht dan niet belangrijk dat de media er alles aan doen om hun macht om het publiek te raken te behouden?

http://newint.org
http://newint.org

Ik zou willen besluiten dat het antwoord ergens in het midden ligt. Je moet mensen geen oogkleppen opzetten, maar bij mijn weten is het nog altijd de taak van de journalist om het publiek te informeren en niet te degouteren of choqueren.

Bronnen:

http://www.rtlnieuws.nl/nieuws/column/pieter-klein/wil-je-een-gruwelijke-video-zien

http://www.geenstijl.nl/mt/archieven/2014/08/de_wereld_is_kut_leef_er_maar_mee.html

Bullens, E. (2009). News of Violence & News as Violence. Universiteit van Amsterdam, Nederland.

Online journalistiek: het verderf van onze waarheidscultus?

De invloed van nieuwe media is hoe langer hoe meer duidelijk voelbaar in onze maatschappij. Het is onvermijdelijk en kent ook tal van mogelijkheden. Het fenomeen ‘mediaconvergentie’ is economisch, democratisch en gewoonweg heel efficiënt. Maar brengt deze evolutie alleen maar goeds teweeg? Niet iedereen is het daarmee eens. En ik ook niet altijd, overigens. Wellicht is dit ouderwets en conservatief van mij – ik koop dan ook nog steeds cd’s en laat mijn foto’s ontwikkelen – maar ik ben ervan overtuigd dat het hier niet om pure argwaan gaat. Het gaat zelfs zo ver dat we ons moeten afvragen of online journalistiek het waarheidsgehalte van onze dagelijkse dosis informatie aantast. Krijgt snelheid de bovenhand op correctheid?

http://www.dewereldmorgen.be
http://www.dewereldmorgen.be

De strijd om clicks en pageviews doet de grens tussen feitelijk en fictief vervagen

Zo las ik in een opiniestuk in De Morgen door Mars van Grunsven dat het erg gesteld is met de mentaliteit van onze moderne samenleving. Wordt het hoog tijd dat redacties hun prioriteiten herzien? Het lijkt erop dat cruciale nieuwswaarden bezwijken onder de druk die de obsessieve zucht naar populariteit met zich meebrengt.

Het snellere metabolisme [van online journalistiek] is een nadeel voor de mensen die feiten controleren. Als je iets publiceert zonder het te controleren en je bent de eerste die dat doet, en je krijgt miljoenen bezoekers, en later blijkt het onwaar te zijn, dan heb je toch maar mooi die bezoekers gehad. Dat is een probleem. De prikkels zijn allemaal verkeerd.

Deze uitspraak van Ryan Grim van Huffington Post verklaart waarom er steeds vaker fictieve verhalen in kranten sluipen. Herinnert u zich bijvoorbeeld nog het bericht in verband met de krokodil die gesignaleerd werd in een Brasschaatse vijver? Omstreeks mei dit jaar nam een leider van de lokale jeugdbeweging een foto van wat volgens hem een twee meter lange krokodil was en speelde die door naar de politie. Verschillende kranten trokken aan de alarmbel met koppen als ‘Opsporing verzocht: krokodil in Brasschaat’. Achteraf deelden de mediakanalen die zo gretig op het nieuws waren gesprongen met een klein hartje mee dat het om een nepexemplaar bleek te gaan.

Haast en spoed is zelden goed

In een recent gesprek met journalist R. T. van Radio 1 kwam het onderwerp maar weer eens naar boven. Hij is er steevast van overtuigd dat als journalisten de tijd hebben om feiten te checken, ze dat ook doen. Maar die tijd is er niet altijd. “Journalisten die hun feiten niet checken, dat is geen kwestie van luiheid maar van snelheid.” (R. T.). De opkomst van internetredacties zet serieus wat druk op de ketel en ook het gebruik van Twitter is bijna een vanzelfsprekendheid geworden voor al wie journalistiek wil bedrijven.

Redacteurs zeggen vaak: “Gooi dat maar op Twitter”. Die verhalen worden dan opgepikt door andere journalisten en beginnen een eigen leven te leiden. (R. T.)

Er gaat dus wel eens iets fout in de strijd om de scoop. De vraag is of dit echt is waar het publiek op staat te wachten. “Primeurs en snelheid, dat is een spelletje onder de media. Mensen liggen daar niet wakker van,” aldus R. T. Deze hele tendens van snel copy en vlug paste doet af aan de geloofwaardigheid en kwaliteit van ons nieuws. Maar hier treft de journalisten op zich geen schuld. Dit alles is te wijten aan veeleisende redacties die meedraaien in de veranderende maatschappij.

http://salem.k12.va.us/
http://salem.k12.va.us

Het nieuws van morgen

Hoe zit het nu met de toekomst? In een ideale wereld zouden consumenten het niet pikken dat ze voorgekauwde en daarenboven vaak onjuiste informatie door de strot geduwd krijgen en media beseffen dat haast en spoed zelden goed is. Gaat het hier slechts om een fase en grijpen mensen weldra terug naar de authentieke nieuwswaarden of is het aan ons om te aanvaarden dat de wereld waarin wij leven nu eenmaal verandert en nieuws niet meer is wat het was? Of hier opnieuw een kentering in het verschiet ligt zal de toekomst moeten uitwijzen.

Bronnen:

http://www.demorgen.be/technologie/de-strijd-om-clicks-en-pageviews-doet-de-grens-tussen-feitelijk-en-fictief-vervagen-a1764842/

http://nieuws.vtm.be/binnenland/91972-krokodil-gespot-extra-voorzichtig